De Schuithymne
Op de melodie van "Ketelbinkie"
Toen wij uit Driegaatsbrug vertrokken
In een Sterntje en een oude schuit
De rotte plekken in de midscheeps
En flessen Bokma in 't vooruit
Toen hadden wij een kleine jongen
Als fokkemaat bij ons aan boord
Die voor de eerste keer ging zeilen
En nooit van gijpen had gehoord
En schuchter trok hij aan de schoten
Hij had ze nauw'lijks in zijn macht
En ver van huis en veil'ge haven
Daar hoorde men zijn bitt're klacht
De storm joeg op tot windkracht zeven
De schoten sneden in zijn hand
De koppen stonden op het water
De golven beukten op de kant
De stuurman gaf bevel tot reven
En bevend ging ons knaapje staan
Vertwijfeld greep hij een der stagen
Maar daar kwam juist een vlaagje aan
Een angstkreet schalde over 't water
Hij duikeld' in het zoete nat
Maar spoedig kwam hij al weer boven
Omdat hij een zwemvest aan had
Toen kwam er een van onze vrienden
Van onze trouwe Blauwe Schuit
Die maakte snel een stormrondje
En viste hem het water uit
En met een flinke slok jenever
Werd hij weer op de been gebracht
De stuurman wilde huiswaarts keren
Maar dat had hij verkeerd gedacht
Want 't ventje had de smaak te pakken
Met zo'n fles wou hij de boot niet uit
Zie wat eruit de jongen groeien
De ware geest der Blauwe Schuit




















